Heerhugowaard en omstreken

Leeftijdsgroepen


Indeling van de groepen

De groepen worden ingedeeld op basis van de leeftijd van de kinderen (0 – 1 jaar, 1-2 jaar, 2-3 jaar en 3-4 jaar). De hierna volgende beschrijving van de ontwikkeling van kinderen is globaal. Er zullen altijd invidivuele verschillen bestaan in de snelheid waarmee kinderen zich ontwikkelen. 


Kinderen van 0 -1 jaar

Gedurende de eerste weken na de geboorte lijkt de baby nog erg op zichzelf gericht, maar hij geniet van praten, zingen, rustige bewegingen en rustige muziek. Tegelijkertijd vinden baby’s het prettig om te worden aangeraakt, gestreeld, gemasseerd. Langzamerhand begint de baby meer belangstelling te krijgen voor de omgeving. Hij reageert vaker op wat hij ervaart door (glim)lachen, huilen, geluidjes maken of door te reageren met lichaamstaal. Door positieve reacties en stimulans leg je de basis voor het zelfvertrouwen. Luisteren en kijken ondersteunen elkaar. Hierdoor gaat de baby verbanden leggen tussen wat hij hoort en wat hij ziet. Tijdens het zingen worden bewegingen bij liedjes aanvankelijk vooral door de volwassene gemaakt. Naarmate de baby ouder wordt zal hij steeds meer zelf bewegen op muziek. 

Vanaf 4 maanden groeit bij de baby de behoefte tot het ontdekken van het eigen lichaam. Deze lichamelijke bewustwording kan worden versterkt door het spelen van kriebelversjes en aanraakliedjes. Tijdens het zingen van bewegingsliedjes, waarbij we ons beperken tot  1 beweging om het overzichtelijk te houden, krijgt de baby de gelegenheid te observeren en de beweging eventueel na te bootsen. In de eerste 6 maanden is het proces van hechting in relatie met de emotionele ontwikkeling eigenlijk het belangrijkste proces. Door met de baby te spelen krijgt deze een gevoel van basisveiligheid en daarmee wordt de emotionele ontwikkeling gesteund. 

Vanaf 6 maanden groeit bij kinderen het ik-besef. De baby gaat zich realiseren dat er een ‘ik’ is en een ‘niet-ik’. Bij deze bewustwording hoort ook de verkenning van het eigen lichaam. Daarom besteden we aandacht aan (het aanraken van) verschillende lichaamsdelen en zingen we daar liedjes over. Met kiekeboe spelletjes leren we de baby erop vertrouwen dat wat even weg is ook weer terugkomt. Naast het steeds beter leren beheersen van de grove motoriek (liggen, zitten, staan), krijgt de baby ook steeds meer controle over de fijne motoriek en over de oog-hand-coordinatie. In de les spelen we hierop in door met ballen te spelen en blokjes te stapelen. Ook zal de baby steeds meer klanken ten gehore brengen, daarom luisteren we naar versjes, liedjes en imiteren we verschillende klanken. 


Kinderen van 1-2 jaar

Na de eerste verjaardag ontwikkelt het kind zich snel van baby naar peuter. Twee in het oog springende mijlpalen zijn: het zelfstandig lopen en het zeggen van de eerste woordjes. Tijdens de lessen lopen en bewegen we veel en proberen we het zelf produceren van taalklanken te stimuleren. Ook leert het kind zijn eigen lichaam steeds beter kennen, daar spelen we op in door over verschillende lichaamsdelen te zingen. We kijken bijvoorbeeld samen in de spiegel en zingen daar een liedje over. Speelgoed en materialen gaan in deze fase een steeds belangrijker plaats innemen, deze zullen volop aanwezig zijn tijdens de Muziek op Schoot les. We proberen ook de fantasie te stimuleren, iets wat kinderen in deze leeftijdsfase steeds meer zullen ontdekken. Door fantasiespel, verhaaltjes, liedjes en spelletjes krijgt het kind al spelend inzicht in zijn bestaan en ze vormen een wezenlijk onderdeel van de ontwikkeling. 


Kinderen van 2-3 jaar

Op tweejarige leeftijd is het kind uitgegroeid tot een echte peuter. Hij kan en wil zichzelf los zien van zijn omgeving en is niet langer het verlengde van vader of moeder. Het kind zal steeds meer zelf willen doen. Het voorstellingsvermogen groeit en het kind gaat eenvoudige ‘doen-alsof’ spelletjes doen, zoals tanden poetsen en een kopje koffie drinken. Het kind krijgt een steeds betere beheersing over zijn lichaam en zal daarom ook muziekinstrumenten kunnen gaan bespelen. Er wordt geoefend met allerlei muzikale tegenstelling, zoals wel/geen muziek, luid/zacht en snel/langzaam. 


Kinderen van 3-4 jaar 

De opstelling van het kind wordt nu steeds socialer. Andere kinderen worden bewust opgezocht om mee te spelen. In de Muziek op Schoot lessen zullen we daarop inspelen door spelletjes te doen waarbij kinderen moeten samenwerken, zoals Jan Huygen in de ton. Het kind kan gevoelens nu steeds meer in taal uitdrukken. Veel luisteren naar verhaaltjes en liedjes is in deze fase heel belangrijk voor de ontwikkeling van de woordenschat en het taalkundig gevoel. Om de motoriek te stimuleren spelen we op instrumenten en doen we klapspelletjes. De fijne motoriek zal worden geoefend met spelletjes waarbij voornamelijk de vingers worden bewogen. Met de stem imiteren we allerlei geluiden en de ademtechniek wordt geoefend door allerlei blaasspelletjes.  


Bron: Rikhof, R., Albers, M. (2002). Muziek tussen schoot en school. De Toorts.